netwerk van hoop

is ons jaarthema voor het lopend werkjaar.

Jaarthema Sint-Amandus Malderen

Een woordje uitleg bij het jaarthema: Netwerk van hoop

De meeste planten hebben wortels. Wortels verankeren de plant in de grond en verhinderen dat die bij het eerste het beste zuchtje weggeblazen wordt. Wortels zijn er in vele soorten: penwortels bijvoorbeeld, of de wijdvertakte wortels van een boom. Er zijn ook planten met een wortelstok: een ondergronds netwerk van wortels. Denk aan varens of riet. Zo'n plant heeft geen vaste plaats, maar spreidt zich steeds verder uit, als een netwerk. Er komen voortdurend nieuwe stukken bij, maar er sterven er ook af. Een wortelstok begint nergens en overal en eindigt niet, het is altijd in het midden, tussen de dingen in. Zo'n netwerk van wortels kan heel oud zijn, maar is tegelijk ook altijd nieuw. Op de knooppunten van zo'n wortelstok wordt een nieuwe plant gevormd die plots ontspringt, vaak op een plaats waar je het niet verwacht had. Dat plantje is jong, maar tegelijk ook oud. Het is immers verbonden met al die andere plantjes van dezelfde, oude wortelstok.

Met het beeld van zo'n netwerk van ondergrondse stengels kunnen wij iets duidelijk maken over de kerkgemeenschap, over onze kerkgemeenschap.

De planten die ontspringen in onze gemeenschap, dat zijn de mensen, de bewegingen en organisaties die ondergronds onderling verbonden zijn in een netwerk. Dat verbindende netwerk, die wortelstok hebben wij gemeenschappelijk. Het een netwerk waarin ieder zich met de ander verbonden voelt. Het is een levend web dat ons voedsel geeft, dat het mogelijk maakt dat er telkens weer nieuwe planten groeien. Wat wij gemeenschappelijk hebben is onze verbondenheid met Jezus, het is onze relatie met God in Christus. Het is van belang dat wij zorg dragen voor dat ondergrondse netwerk; voor dat web waarin wij ons thuis kunnen voelen.Het is van belang dat wij het voeden. Dat kan op verschillende manieren: in de ontmoeting tussen mensen, in de grote en kleine dingen die mensen voor elkaar doen, in het zorg dragen voor elkaar, in stilte en in gebed, in ons samenkomen hier in deze kerk en op andere plaatsen.

Overal waar dat gebeurt, groeit het web. Overal waar dat gebeurt, daar is God, daar krijgt God handen en voeten, daar komt Hij tot leven. Elk initiatief, elke organisatie, elke werkgroep of vereniging is een plantje. Die plantjes kunnen dicht tegen elkaar staan en sterk lijken op elkaar. Ze kunnen ook ver van elkaar staan. Maar altijd zijn zij verbonden. Zo kunnen er in onze gemeenschap heel verschillende plaatsen zijn waar God zichtbaar wordt. Zo verschillend soms dat wij misschien niet goed meer zien dat God er aan het werk is. Zo verschillend soms dat wij amper merken dat ze in hetzelfde netwerk met elkaar verbonden zijn. De bewegingen die hier vandaag aanwezig zijn vertonen gelijkenissen, maar ook verschillen. Dat is goed. Een vergadering van leiders van een jeugdbeweging is geen bijeenkomst van Femma en KWB (gelukkig maar, zou ik zeggen.) Maar de verschillen of de afstand kunnen nog groter zijn. Het netwerk strekt zich immers ook uit buiten deze kerk, buiten onze werkgroepen en verenigingen. God is immers van alle plaatsen en van alle tijden.

Hij is buiten de tijd. Ons netwerk is geborgen in oeroude tradities. Daarmee zijn wij vertrouwd en daarom denken wij soms dat Hij alleen daar te vinden zou zijn. Maar God is ook jong; Hij is altijd nieuw. Paus Franciscus zegt: ' God heeft de energie, de spontaniteit en het verlangen naar verandering - jeugdige kwaliteiten die ingezet kunnen worden om de vele problemen op te lossen die de Katholieke Kerk en de wereld ondervinden. God is in staat om zichzelf en alle dingen voortdurend te vernieuwen en te verjongen. De belangrijkste kenmerken van jongeren heeft God ook. Hij is jong omdat hij alle dingen nieuw maakt en van innovatie houdt; omdat Hij verwondering oproept en van verwondering houdt. Omdat Hij droomt en ons wil laten dromen.' En dus moeten wij goed leren zien waar God is. Op plaatsen waarvan wij het niet vermoeden duikt plots een plantje op. Ook ver buiten onze kerk. Dat is goed en nodig, want zo groeit het levende netwerk van hoop. Dat plantje blijft er een tijdje, of heel lang. En het verdwijnt weer. Dat is niet erg, dat is zelfs prima! Het heeft immers gedaan wat het wilde en kon doen. En ergens anders schiet er een ander op!

Het goede is goed, waar het ook gebeurt!

Beste mensen, wij maken allemaal deel uit van dat netwerk van hoop. Als individu: een goede buur zijn bijvoorbeeld of een liefdevolle partner, ziekenbezoek of -vervoer, aandacht voor de materiële of psychische nood, voor eenzaamheid. Wij maken deel uit van dat netwerk wanneer wij ons verbinden met anderen. Verbinden met één of enkele anderen: jongeren die elkaar door een moeilijke periode helpen of die de handen uit de mouwen steken voor mens en milieu; het vele goede dat gebeurt in onze jeugdbewegingen, in onze werkgroepen en verenigingen, in onze scholen. Teveel om op te noemen. Dank u wel daarvoor, beste mensen. Jullie dragen de hoop van de wereld in jullie handen.

Dank ook aan wie hier niet zijn, mensen die zich op een of andere manier met ons verbonden weten.

Mensen die om welke reden dan ook de voeling met onze kerk wat hebben verloren of die dat nooit echt hebben gehad, maar in wiens leven het goede oplicht. Misschien zijn het christenen, misschien ook niet.

Wij kunnen hen en zij kunnen ons uitdagen en inspireren om te werken aan die droom die christenen, die wij het Rijk Gods noemen.

Al die grote en kleine mensen dragen de hoop van de wereld. Voeden de wortelstok en worden erdoor gevoed.

Een netwerk van hoop: dat is wat wij zijn en willen worden. Elk op de eigen plaats en op eigen wijze, maar diep verbonden door wat goed is en waar. Voor velen verbonden met Jezus en door hem met onze God die de wereld nieuw maakt, elke dag weer.

Beste mensen, goede moed!

Parochieploeg Malderen